Kasstroomoverzicht: directe en indirecte methode met voorbeelden

Het kasstroomoverzicht verklaart waar geld vandaan kwam en waaraan het in een periode is besteed. Het verdeelt werkelijke ontvangsten en betalingen over operationele, investerings- en financieringsactiviteiten. Daarmee zie je waarom winst niet gelijk is aan de verandering van je geldmiddelen.

Een kasstroomoverzicht geeft inzicht in de ingaande en uitgaande geldstromen, ingedeeld naar een aantal categorieën. Uit het kasstroomoverzicht kun je waardevolle informatie halen over je geldbesteding, dus je liquide middelen.

Inhoudsopgave [verbergen]

? min. leestijd | ? woorden

    De balans en de resultatenrekening geven inzicht in de financiële positie en het resultaat, maar dat zegt weinig over de kasstromen op korte termijn. Voor continuïteit moeten verplichtingen tijdig kunnen worden betaald. Een negatieve kasstroom kan bijvoorbeeld door een goed gefinancierde investering ontstaan; een positieve kasstroom door een nieuwe lening bewijst niet dat de onderneming winstgevend is.

    Het kasstroomoverzicht geeft inzicht in de grootte en samenstelling van inkomende en uitgaande geldstromen. Met die geldstromen heeft een onderneming de mogelijkheid om in de toekomst meer positieve kasstromen te genereren.

    Wanneer is een kasstroomoverzicht verplicht?

    RJ 360 verlangt een kasstroomoverzicht van middelgrote en grote rechtspersonen. Er zijn vrijstellingen, onder meer onder voorwaarden voor een volledig gehouden groepsmaatschappij waarvan de moeder een gelijkwaardig geconsolideerd overzicht opstelt, voor toepassing van artikel 2:403 BW en voor een zuivere tussenholding. Voor kleine rechtspersonen bestaat deze algemene RJ-verplichting niet, maar het overzicht kan ook voor hen nuttig zijn. [ref]

    Een historisch kasstroomoverzicht kijkt terug. Een liquiditeitsbegroting kijkt vooruit naar verwachte ontvangsten en betalingen per maand of kwartaal. Gebruik die begroting om toekomstige tekorten te signaleren. [ref]

    Geldmiddelen van het kasstroomoverzicht

    In het kasstroomoverzicht staan de ingaande en uitgaande geldmiddelen. Dit zijn kasgeld, bankrekeningen (liquide middelen), wissels/cheques, direct opeisbare deposito's en op korte termijn zeer liquide activa.

    Kasequivalenten zijn zeer liquide financiële activa die zonder beperkingen eenvoudig in geld kunnen worden omgezet en geen belangrijk waardeveranderingsrisico hebben. Een verhandelbaar aandeel voldoet daar niet automatisch aan. Kortlopend bankkrediet hoort doorgaans bij financiering. Alleen een direct opeisbare bankroodstand die integraal deel uitmaakt van het dagelijkse kasbeheer kan onderdeel van het geldmiddelenbegrip zijn. Licht de gekozen afbakening toe. [ref]

    De aansluiting betreft het begin- en eindsaldo van álle onder het gekozen begrip vallende geldmiddelen, niet noodzakelijk één bankrekening. Koers- en omrekeningsverschillen op geldmiddelen worden afzonderlijk in de aansluiting getoond, omdat zij geen kasstroom zijn. Overboekingen tussen twee rekeningen binnen de geldmiddelen zijn evenmin externe kasstromen.

    Indeling van het kasstroomoverzicht

    Het kasstroomoverzicht wordt ingedeeld in drie activiteiten:

    • Kasstroom uit operationele activiteiten
    • Kasstroom uit investeringsactiviteiten
    • Kasstroom uit financieringsactiviteiten

    In elke categorie zijn weer onderverdelingen aangebracht voor een gedetailleerd inzicht. In- en uitgaande kasstromen mogen hierin niet samengevoegd worden, dus de aflossing van een oude lening en de opname van een nieuwe lening moeten afzonderlijk getoond worden.

    Kasstroom uit operationele activiteiten

    In de kasstroom uit operationele activiteiten staan de ontvangsten en betalingen die samenhangen met de normale bedrijfsuitoefening.

    Geldmutaties in de kasstroom uit operationele activiteiten zijn bijvoorbeeld:

    • Inkoop en verkoop van goederen en diensten
    • Royalty's, commissies en dergelijke
    • Uitgaven voor productie en overige bedrijfskosten
    • Rente, dividend en winstbelastingen, afhankelijk van het verslagjaar en de toepasselijke rubricering

    Onder de overige bedrijfskosten vallen ook de lonen en salarissen, sociale lasten en pensioenlasten.

    Kasstroom uit investeringsactiviteiten

    In de kasstroom uit investeringsactiviteiten staan de investeringen en desinvesteringen van immateriële, materiële en financiële vaste activa. Ook tijdelijke beleggingen vallen hieronder, tenzij zij onderdeel van de geldmiddelen zijn.

    Geldmutaties in de kasstroom uit investeringsactiviteiten zijn bijvoorbeeld:

    • Betalingen voor ontwikkelingskosten die als actief worden opgenomen
    • Aankoop en verkoop van grond, gebouwen, machines, concessies
    • Aankoop en verkoop van deelnemingen
    • Verstrekken van leningen aan derden en door hen betaalde aflossingen

    Kasstroom uit financieringsactiviteiten

    In de kasstroom uit financieringsactiviteiten staan de activiteiten ter financiering van de onderneming.

    Geldmutaties in de kasstroom uit financieringsactiviteiten zijn bijvoorbeeld:

    • Uitgifte van aandelen en inkoop van eigen aandelen
    • Ontvangen leningen en betaalde aflossingen, waaronder het aflossingsdeel van financiële leasetermijnen

    Rente, dividend en belasting: let op het verslagjaar

    Onder de regels voor boekjaar 2026 kan ontvangen rente en dividend operationeel of als investering worden gepresenteerd; betaalde rente operationeel of als financiering. Betaald dividend staat bij voorkeur onder financiering, met operationele verwerking als alternatief. Geactiveerde betaalde rente valt onder investeringen. Pas de gekozen grondslagen consistent toe. Winstbelasting is operationeel, behalve voor zover praktisch toerekenbaar aan investeringen of financiering. [ref]

    Vanaf verslagjaren die beginnen op of na 1 januari 2027 worden ontvangen rente en dividend in beginsel investeringskasstromen en betaalde rente en dividend financieringskasstromen. Dit omvat ook geactiveerde betaalde rente. Voor bepaalde ondernemingen waarbij beleggen of financieren tot de normale activiteiten behoort, gelden uitzonderingen. RJ-Uiting 2026-6 is op 1 juli 2026 ongewijzigd definitief gemaakt; de overgang wordt als stelselwijziging verwerkt. Het startpunt bij de indirecte methode moet aansluiten op een subtotaal uit de wettelijke resultatenrekening; het bedrijfsresultaat wordt aanbevolen. De voorbeelden hieronder volgen de regels voor 2026. [ref] [ref]

    Directe en indirecte methode van het kasstroomoverzicht

    De keuze tussen de directe en indirecte methode betreft de weergave van de operationele kasstroom. Investerings- en financieringsstromen blijven werkelijke ontvangsten en betalingen. Bij dezelfde gegevens en grondslagen leveren beide methoden hetzelfde totaal op.

    De directe methode toont de werkelijke ingaande en uitgaande geldstromen. De directe methode is eenvoudiger te begrijpen.

    De indirecte methode legt een verband tussen het resultaat uit de resultatenrekening en de ingaande en uitgaande geldstromen. De indirecte methode is iets lastiger te begrijpen.

    Directe methode van het kasstroomoverzicht

    Bij de directe methode van de kasstroom uit operationele activiteiten worden de werkelijke geldstromen weergegeven.

    Gebruik het kasboek en bankboek en aanvullende specificaties om ontvangsten en betalingen te rubriceren. Ook afleiding uit omzet en kosten met bijbehorende balansmutaties is mogelijk. Controleer steeds de aansluiting met balans en resultaat; een bankomschrijving alleen zegt niet of een betaling operationeel, een investering of financiering is.

    Voorbeeld 1 — directe methode. Bedragen zijn in euro’s. Rente en ontvangen dividend zijn hier operationeel, betaald dividend is financiering. De voorbeelden abstraheren van btw. Er is geen meegekocht banksaldo bij de aankoop van de deelneming.

    Ontvangsten van klanten 1000    
    Betalingen aan leveranciers -300    
    Lonen, sociale lasten en pensioenlasten van werknemers -200    
    Betaalde incidentele operationele lasten -10
    Kasstroom uit bedrijfsoperaties   490  
       
    Ontvangen interest 10
    Ontvangen dividend 5
    Betaalde interest -20
    Betaalde belasting -25
      -30  
    Kasstroom uit operationele activiteiten     460
           
    Aankoop van deelnemingen -30    
    Investeringen in materiële vaste activa -50    
    Desinvesteringen van materiële vaste activa 10    
    Verstrekken van langlopende leningen -10    
    Kasstroom uit investeringsactiviteiten     -80
           
    Uitgifte van aandelen 25
    Inkoop van eigen aandelen -5
    Ontvangen leningen 15
    Aflossing van leningen -5
    Aflossing financiële lease -5
    Betaald dividend -10
    Kasstroom uit financieringsactiviteiten     15
       
    Netto-kasstroom     395
    Koersverschillen en omrekeningsverschillen     5
    Mutatie geldmiddelen     400

    Controle: 1.000 − 300 − 200 − 10 = 490 uit bedrijfsoperaties. Met de afzonderlijk getoonde overige operationele betalingen en ontvangsten resteert 460. Investeringen zijn −80 en financiering is 15. De netto-kasstroom is 395; plus 5 koersverschil nemen de geldmiddelen met 400 toe. Bij een beginsaldo van 200 is het eindsaldo dus 600.

    Indirecte methode van het kasstroomoverzicht

    Bij de indirecte methode van de kasstroom uit operationele activiteiten wordt de kasstroom afgeleid uit het resultaat uit de resultatenrekening.

    Aanpassingen van het resultaat

    In het resultaat zitten ook opbrengsten die geen ontvangsten zijn, en kosten die geen uitgaven zijn. Afschrijvingen zijn een voorbeeld van kosten die geen uitgaven zijn. Ook nog te ontvangen huur is al wel een opbrengst, maar nog geen daadwerkelijke ontvangst (want het is nog te ontvangen in een volgende periode, dus een vordering).

    Deze opbrengsten en kosten moeten gecorrigeerd worden op het resultaat, omdat in het kasstroomoverzicht alleen de ontvangsten en uitgaven (werkelijke geldstromen) staan.

    Lees hier het verschil tussen kosten-uitgaven en opbrengsten-ontvangsten.

    Daarnaast worden ook aanpassingen gedaan voor geldstromen die in een andere rubriek thuishoren. Wanneer je bijvoorbeeld een gebouw met winst verkoopt, dan wordt de boekwinst in het resultaat geboekt. Omdat deze geldstroom thuishoort onder de kasstroom uit investeringsactiviteiten, en niet onder de kasstroom uit bedrijfsoperaties, trek je de boekwinst af van het resultaat en toon je onder investeringen de volledige ontvangen verkoopprijs, niet alleen de boekwinst.

    Mutaties werkkapitaal

    Aan de andere kant worden op de balans ontvangsten geboekt die geen opbrengsten zijn, en uitgaven die geen kosten zijn.

    In een vorige periode heb je bijvoorbeeld producten verkocht en dus opbrengst geboekt (omzet). Het geld had je destijds nog niet ontvangen, dus heb je een vordering op je klant (debiteuren). Als je het geld in een volgende periode ontvangt, is er wel sprake van een ontvangst, maar geen opbrengst. Een afzonderlijk voorbeeld: bij €1.000 verkopen en €400 ontvangen betalingen op die verkopen, zonder beginvorderingen of andere mutaties, blijft €600 openstaan. De toename van debiteuren van €600 wordt op het resultaat in mindering gebracht om de kasstroom af te leiden.

    Van de voorziening voor groot onderhoud worden bijvoorbeeld onderhoudsuitgaven afgeboekt, die wel een uitstroom van geldmiddelen zijn, maar niet via het resultaat lopen. Ook door klanten vooruitbetaalde abonnementen zijn al wel ontvangsten, maar nog geen opbrengsten (want het is alvast vooruitontvangen voor een volgende periode).

    Niet iedere balansmutatie is een kasstroom. Herwaardering, afschrijving, omzetting van schuld in aandelen en het aangaan van financiële lease kunnen zonder betaling plaatsvinden. Splits zulke mutaties uit. Gebruik bij werkkapitaal alleen operationele posten; een nog te betalen machine hoort bij de afleiding van investeringsbetalingen.

    Toename van operationele vorderingen of voorraad verlaagt doorgaans de kasstroom ten opzichte van het resultaat; afname verhoogt die. Toename van operationele schulden werkt andersom. Corrigeer eerst voor overnames, koersverschillen, afwaarderingen en andere mutaties zonder bijbehorende operationele geldstroom. [ref]

    Voorbeeld 2 — indirecte methode. Dit is een afzonderlijk cijfergeval, geen omzetting van voorbeeld 1. Het bedrijfsresultaat is 1.000. Debiteuren nemen toe met 600, voorraad neemt af met 70, overige vorderingen nemen toe met 10, crediteuren nemen af met 170 en overige operationele schulden nemen af met 20. Er is 20 betaald ten laste van voorzieningen. De verkochte vaste activa waren volledig afgeschreven, zodat de ontvangen verkoopprijs van 10 hier tevens de boekwinst is. De overige mutaties zijn zoals getoond; bedragen in euro’s, zonder btw.

    Bedrijfsresultaat   1000  
           
    Aanpassingen:      
    - Afschrijvingen 150    
    - Boekresultaten bij verkoop van vaste activa -10    
    - Dotatie aan voorzieningen 60    
        200  
    Mutaties operationeel werkkapitaal en gebruik voorzieningen:      
    - Mutatie debiteuren -600    
    - Mutatie voorraad 70    
    - Mutatie overige vorderingen -10    
    - Uitgaven ten laste van voorzieningen -20    
    - Mutatie crediteuren -170    
    - Mutatie overige kortlopende schulden -20    
        -750  
    Kasstroom uit bedrijfsoperaties   450  
       
    Ontvangen interest 10
    Ontvangen dividend 5
    Betaalde interest -20
    Betaalde belasting -25
      -30  
    Kasstroom uit operationele activiteiten     420
           
    Aankoop van deelnemingen -30    
    Investeringen in materiële vaste activa -50    
    Desinvesteringen van materiële vaste activa 10    
    Verstrekken van langlopende leningen -10    
    Kasstroom uit investeringsactiviteiten     -80
           
    Uitgifte van aandelen 25
    Inkoop van eigen aandelen -5
    Ontvangen leningen 15
    Aflossing van leningen -5
    Aflossing financiële lease -5
    Betaald dividend -10
    Kasstroom uit financieringsactiviteiten     15
       
    Netto-kasstroom     355
    Koersverschillen en omrekeningsverschillen     5
    Mutatie geldmiddelen     360

    Controle voorbeeld 2: 1.000 + 200 − 750 = 450 uit bedrijfsoperaties. Na 10 + 5 − 20 − 25 resteert 420 operationele kasstroom. Vervolgens: 420 − 80 + 15 = 355 netto-kasstroom. Inclusief 5 koersverschil nemen de geldmiddelen met 360 toe. Bij een beginsaldo van 200 is het eindsaldo 560.

    Kasstroomoverzicht controleren

    • Sluit begin- en eindgeldmiddelen aan op de balans en licht verschillen in afbakening toe.
    • Controleer dat afschrijvingen, herwaarderingen en andere niet-geldelijke mutaties geen fictieve kasstroom veroorzaken.
    • Splits rente en aflossing van leningen en financiële lease; verwerk iedere betaling eenmaal.
    • Controleer ontvangsten en betalingen inclusief hun btw-effect. Bij de directe methode zijn onder RJ 360 verschillende presentaties toegestaan, maar btw mag niet verdwijnen of dubbel meetellen.
    • Bij overname of verkoop van een geconsolideerde onderneming worden de verworven of afgestoten geldmiddelen verrekend met de betaalde of ontvangen koopsom.
    • Licht belangrijke niet-geldelijke investerings- en financieringstransacties afzonderlijk toe.

    Een boekhoudprogramma kan deze rapportage ondersteunen als de functie beschikbaar is. Controleer de indeling en aansluiting zelf: een automatisch overzicht is niet vanzelf een juist kasstroomoverzicht. [ref]

    Volgende artikel »

    Veel gestelde vragen over het kasstroomoverzicht (FAQ)

    Wat is het kasstroomoverzicht?

    Het kasstroomoverzicht is een overzicht van de geldmiddelen die in de periode beschikbaar zijn gekomen. Ook staat het gebruik van deze geldmiddelen in het overzicht.

    Wat is de kasstroom uit operationele activiteiten?

    In de kasstroom uit operationele activiteiten staan de ontvangsten en betalingen die samenhangen met de normale bedrijfsuitoefening.

    Wat is de kasstroom uit investeringsactiviteiten?

    In de kasstroom uit investeringsactiviteiten staan de investeringen en desinvesteringen van immateriële, materiële en financiële vaste activa.

    Wat is de kasstroom uit financieringsactiviteiten?

    In de kasstroom uit financieringsactiviteiten staan de activiteiten ter financiering van de onderneming.

    Wat is de directe methode van een kasstroomoverzicht?

    De directe methode toont de werkelijke ingaande en uitgaande geldstromen.

    Wat is de indirecte methode van een kasstroomoverzicht?

    De indirecte methode legt een verband tussen het resultaat uit de resultatenrekening en de ingaande en uitgaande geldstromen.

    Referenties

    [verbergen]
      Datum gepubliceerd: 26-12-2016 | Datum bijgewerkt: 20-09-2026 | Auteur:

      Deel dit artikel

      Deel dit bericht via social media met je familie, vrienden en collega's!

      Kasstroomoverzicht opstellen en controleren met directe en indirecte voorbeelden. Uitleg over werkkapitaal, investeringen, financiering en regels vanaf 2027.


      Over de auteur

      Patrick de Graaf, auteur en beheerder

      Deze website wordt geschreven en beheerd door Patrick de Graaf.

      Patrick heeft een achtergrond in bedrijfseconomie, accountancy en belastingrecht. Van 2007 tot 2017 werkte hij bij een accountantskantoor; daarna als Financial Controller bij twee verschillende middelgrote bedrijven. Die ervaring met administraties, aangiften en rapportages vormt de praktische achtergrond van de uitleg.

      Lees meer over zijn opleidingen en werkervaring en bronnen en werkwijze.

      Controleer het toepasselijke jaar en de officiële bron en vraag bij beslissingen met fiscale, juridische of financiële gevolgen advies over jouw situatie.